van Zuidkust naar Oostkust
Door: webmaster
Blijf op de hoogte en volg Marieke en Peter
19 Maart 2010 | Australië, Sydney
Vandaag gaan we verder met de in het steen uitgesleten bezienswaardigheden hier langs de kust. Eerst zijn ´the Grotto, the Arch en the London Bridge´ aan de beurt. Alledrie zijn dat een soort uitgesleten bogen die zich dan laten bekijken vanaf heel gemakkelijk toegankelijke platforms, mooi makkelijk en erg mooi dus zo als ochtendprogramma. Toen via een tussen stop bij de zeer enthausiaste dame van de infocenter van Port Campbell naar de wat meer arbeidsintensieve uitzichten bij de Loch Ard Gorge. Vernoemd naar een schip wat hier is vergaan met immigranten ergens in 1800 nog wat. Hier hebben we in totaal meer dan 3 uur rondgelopen en gekeken bij verschillende uitzichtpunten (de foto´s zeggen meer dan woorden) met allemaal verschillende namen die we jullie besparen. Ook op het strandje waar de twee overlevenden van de Loch Ard aanspoelden kon je komen via een steile trap, leuk strandje om aan te spoelen (zeker omdat er naar het schijnt ook een paar vaten whisky aanspoelden), maar wel moeilijk van het strand af komen leek ons zo, want de trap was er toen natuurlijk nog niet.
Na dit spektakel naar de 12 Apostelen (12 rotsformaties in zee, waarvan er nu nog 6 staan). De parkeerplaats was al leuk, hieraan zag je al dat dit de beroemdste stop is hier, druk druk druk druk, met veel autobussen.
Logisch ook dat het druk is want het is ook inderdaad erg mooi en goed toegankelijk via een pad van 500 meter. Vanaf de gigantisch grote en drukke platforms kon je ze goed zien, maar omdat we tegen de zon in keken gaan we morgenochtend nog even terug is het plan.
's Avonds na een beetje rust te hebben genomen op de camping in Princetown zijn we nog naar 'Mutton Bird Island' geweest. Hoe mutton birds in het nederlands heten weten we niet, maar het zijn vogels die gedurende de dag op zee lekker visjes aan het vangen zijn en met schemering terug gaan naar het eiland om hun jongen te voeren en een tukkie te doen. Er zijn 20.000 van die vogels op dat eiland en het was een leuk gezicht om ze zo opeens allemaal te zien verschijnen. Je werd er helemaal draaierig van als je alleen naar de vogels keek. Maar volgens ons waren het er vandaag minder dan 20.000, toch leuk.
Donderdag 4 maart
Eerst dus naar de 12 apostelen, het zonnetje schijnt namelijk. We waren er rond een uur of 10 en dat is erg vroeg voor deze attractie. Er was namelijk nog bijna niemand, en met de zon die nu mooier op de rotsen scheen was het nog spectaculaider dan gisteren.
Bij de parkeerplaats ernaast kon je het strand op via een steile trap wat we dus ook nog effetjes deden, niet gezwommen, erg koud namelijk het water. Wel weer een heel andere blik op de kustlijn vanaf hier.
Omdat het kustspektakel nu voorlopig op was reden we een stukje het binnenland in, waar het Great Otway nationale park is. Het landschap veranderde snel van grasland met lage begroeiing naar regenwoud met grote bomen en veel (boom)varens met mossen op de grond. Het was dik genieten van het regenwoud tijdens een wandeling naar de Triplet waterval. Het was een wandeling van een uur en na een kwartiertje wandelen dachten we al dat het al dik de moeite waard was zelfs als er weer geen water van de waterval af zou vallen. Maar wat schetste onze verbazing, bij de waterval aangekomen viel er ook echt water. Dat maakte het natuurlijk helemaal af, zo'n waterval met water in zo'n mooie omgeving.
Daarna nog een waterval bekeken (Hopetoun Falls), deze alleen vanaf de parkeerplaats, was goed te zien vanaf hier dus waarom zou je dan helemaal naar beneden lopen dachten we. Deze waterval was gelegen aan een onverharde weg van 20 kilometer lang. Het eerste stuk van deze onverharde weg ging door bosbouw gebied en de grote vrachtwagens met opleggers met boomstammen hoorde je gelukkig goed aankomen. Echt heel breed was het namelijk niet en dan kon je alvast een beetje de kant in duiken. En de ramen dicht doen, want het was een aardig stoffige weg. Het laatste stuk van deze weg ging weer door het nationale park en was prachtig; erg groen, grote bomen en iedere keer papegaaien over de weg heen vliegend.
's Avonds slapen we bij Cape otway. De weg ernaartoe gaat door een groot eucalyptus bos en ook op de camping staan veel eucalyptus bomen. Het is een eucalyptussoort die de koala's wel lekker vinden want er zitten er weer een paar gewoon op de camping. Dit keer ook gehoord wat voor een geluid koala's maken als ze elkaar roepen. heel bizar. Ook 's avonds naast ons plekje staan kijken bij twee uilen die de verlichting gebruikten bij het jagen naar insecten. Omdat de insecten in grote getale afkwamen op de lantaarnpaal sprokkelden ze binnen de kortste tijd een aardig maaltje bij elkaar. Wat later op de avond nog erg geschrokken van twee possums die elkaar achterna zaten op ons plekkie.
Vrijdag 5 maart
Dicht bij de camping, weer terug aan de great ocean road, deden we vanochtend eerst een klein wandelingetje (Maits rest walk) van een klein uurtje. Zeer zeker weer de moeite waard, want de boomvarens die we allebei erg mooi vinden, waren hier weer in zeer grote getale aanwezig. Het eerste stukje hierna rijden we nog door het regenwoud en daarna komen we bij een stuk kust aan wat ze hier de 'Surfers Coast' noemen. Eerste stop hier is Apollo Bay, waar we een bakkie, een sappie en wat inkopen doen. Daarna bij Lorne gegeten, helaas helaas in de camper, want het is aan het regenen. Het weer is hier volgens ons zowiezo niet wat het zou moeten wezen, want er zijn ook geen golven en surfers te bekennen. Bij Lorne een weggetje gereden naar Erskine falls, wederom een mooie waterval bereikbaar via een wandelpad met 320 treden naar beneden en natuurlijk dan ook weer naar boven. Voldoende beweging weer vandaag. Dan door naar Torquay, hier moeten wel surfers zijn want het is de surf hoofdstad van Australie en hier worden ook wereldkampioenschappen gehouden. De parkeerplaatsen van Bells Beach hier verklappen het al; erg groot, maar ook erg leeg. We zien welgeteld 1 surfer in het water liggen en hij leek te denken van: ' Wat doe ik hier eigenlijk?'. Dat dachten wij ook, wegwezen hier, dat surfen is het nu even niet voor ons. Maar om het hier toch leuk te maken zien we bij de parkeerplaats één van de beesten die we nog wilden zien: de Echidna. Ja, de echidna, dit is een soort mega egel met een lange neus waarmee hij in de grond vroet op zoek naar insecten.
Omdat we het nu gezien hebben hier aan de kust besluiten we om vandaag nog naar Melbourne te rijden. Dan kunnen we de stad op zaterdag bekijken, lijkt ons leuker dan zondag. Aangekomen bij Melbourne kwamen we er achter dat dit toch wel een erg grote stad is (3.7 miljoen inwoners) en dat het misschien niet zo slim was om hier in de spits doorheen te rijden, zeker niet omdat het labour day weekend is en het soms heftig regent. Maar na een kleine twee uur file rijden komen we toch om half acht aan bij de camping, mazzel hebbend dat er nog overwerkende dame bij de receptie was die eigenlijk om 6 uur dicht ging.
Zaterdag 6 maart.
We gaan Melbourne onveilig maken vandaag. Om half elf stappen we de bus in en met een overstap op de trein komen we na een uur aan op het station in het centrum.
Eerst even naar de toeristen info geweest waar een enthausiaste man ons aan meer dan genoeg info hielp. We pakken de gratis toeristenbus die ons langs de highlights van de stad brengt en stappen uit bij de Victoria market. Een overdekte markt van meer dan 100 jaar oud waar je alles wat je kan bedenken kan kopen. Wij kopen na rond te hebben gelopen iets te eten en om half drie zijn we klaar om weer de gratis bus in te stappen. Maar eerst even een fotootje van de lucht want die ziet er echt bizar uit; heel donker maar ook groene en roze kleuren erin. Nog nooit gezien. Toen begon het dus te hagelen echt enorm, hagelstenen zo groot als soepballen doen best pijn op je hoofd en je schouders. Gelukkig komt de bus nu aanrijden en kunnen we schuilen in de bus. Meer mensen hadden dat idee want het was stampesvol in de bus. De geluiden van de hagel op het dak waren alles overstemmend dus het bandje met de info had ook weinig zin, die werd uitgezet.
Toen het maar door bleef hagelen zagen we vanuit de bus wat voor een chaos het aanbracht. De straten waren overstroomt en er dreef overal een witte laag hagel op en boombladeren die van de bomen waren afgehageld. Omdat er kruispunten en straten zo ver onder water stonden dat er zelfs auto's vast kwamen te staan was het niet meer mogelijk om de vaste route te rijden en moest iedereen uitstappen op andere plaatsen. Bij het uitstappen regende het nog steeds dus we kochten wat vuilniszakken bij een winkeltje die ook gelijk dicht ging want de stroom was gedeeltelijk uitgevallen. Gelukkig regende het daarna niet meer zo heftig dus hebben we nog wat rondgelopen in de stad. De weg lag nog bezaaid met boombladeren en meer dan de helft van de winkels was dicht omdat het water overal naar binnenlekte; de hagel had veel daken kapot gemaakt. Na toch nog wel het een en ander gezien te hebben zijn we maar terug naar de camping gegaan om half 6. We hadden nog het idee om meer te bekijken, maar het was weer aan het regenen en een festival met vuurwerk wat ons wel leuk leek was afgelast.
Gelukkig reden de treinen op het stuk naar onze camping allemaal weer op tijd en hadden we ´s avonds plenty tijd om lekker te skypen in de camper.
Zondag 7 maart.
We besluiten om niet meer melbourne in te gaan, ze voorspellen weer soortgelijk weer als gisteren en daar zitten we niet op te wachten natuurlijk. We verlaten dus weer de bewoonde wereld en rijden richting het merengebied van Gippsland aan de kust ten zuidoosten van Melbourne.
Dat Melbourne een flinke stad is merken we weer aan het feit dat het op zondagmorgen dik twee uur duurde voordat we weer in de natuur zaten. Maar dat het twee uur duurde had er ook mee te maken dat ze hier geen goede aansluitende snelwegen om de stad hebben, dus lekker zigzaggend door de buitenwijken en randsteden.
Toen we de stad uitwaren hebben we zitten ontbijten op een picknickplek en rustig verdergereden en onderweg nog wat groenten gekocht bij een mannetje aan de weg. De weilanden zijn hier een stuk groener dan we tot nu toe gezien hebben. Dat komt omdat ze hier al rond de kerst veel regen hebben gehad.
We besluiten om vannacht naar een camping te gaan in het gehucht Hollands Landing. Dit leek ons wel leuk op de kaart; aan de meren met schiereilanden eromheen. Het was echter minder idylisch dan verwacht. Hollands Landing bestond uit een betonnen kade waar vandaan je goed kon vissen, misschien was het minder mooi dan anders omdat het bij aankomst begon te regenen en omdat ze op de camping een generator hadden staan die wat herrie maakte (en de campingwinkel had een belletje als er iemand naar binnenging die je over de hele camping duidelijk kon horen.) Wel hing er een uniek sfeertje op de camping, buiten ons waren er namelijk alleen maar vissers die zich na het vissen rijkelijk tegoed deden aan pilsjes in de overdekte campingkeuken, muziek draaiende waarvan wij geneens wisten dat het bestond.
We houden het trouwens grotendeels droog vandaag en dat is een stuk beter dan het weer wat het in Melboune was vandaag hoorden we.
O ja, best lastig poepen in het pikkendonker. Het licht bleek op een timer te werken die na 1 a 2 minuten uit ging, oeps, daar zit je dan alles op de tast te doen.
Maandag 8 maart.
We verlaten Hollands Landing zo snel mogelijk, eerste stop is Bairnsdale, een vrij grote stad hier in de buurt. Bij de info halen we een kleine wandelroute hier in de buurt. Door een moeras waar heel veel vogels zitten. De zon schijnt dus we gaan gelijk, we hebben onze slippers aan en twijfelen daar een beetje over maar de weg is breed en gaat vooral over een steiger. Na 100 meter krijgen we een lichte schok als andere mensen ons wijzen op een slang die vlak naast het pad ligt! Even gekeken en toen snel terug naar de auto voor lange broek en schoenen. Bij de auto maken we een praatje met iemand en dat blijkt een echte slangenfan, hij gaat gelijk kijken waar ie zat en wij lopen mee. Het blijkt een baby bruine slang te zijn. Toch al dik een meter lang en niet minder giftig dan wanneer ze groot zijn. Dit is nr 2 op de lijst van gevaarlijkste slangen in australië! oeps, de rest van de wandeling is niet echt veel; weinig vogels en we lopen toch iets minder op ons gemak.
Na ons gevaarlijke uitstapje gaan we naar Metung een klein volgens de boekjes charmantr havenplaatsje en er hangt inderdaad een zeer gemoedelijke sfeer. Dan beginnen we aan de Great Alpine Road. We rijden een stuk minder snel dan volgens de aangegeven tijdsindelingen, maar dat komt omdat we ook regelmateig willen genieten van het uitzicht en dat lukt niet op topspeed. We overnachten in Swifts Creek. Een klein plaatsje waar je voor de camping moet betalen bij een winkel in het dorp. Kost niet veel en is een beetje smoezelig maar wij vinden het super want er is een warme douche die lekker hoog hangt met ruimte voor twee. Dat ie vol zit met beestjes doet ons niets.
Dinsdag 9 maart.
We rijden verder over deze prachtige route als we na een haf uurtje een sms krijgen. Zus bellen en een voicemail van Paulien, die kunnnen we niet gelijk afluisteren want we zijn al door het gebied heen waar bereik was, shit huilen gelijk. De baby is er! Na 15 km is er een dorp, Omeo, en dat vinden we hier al dichtbij. Het is thuis inmiddels 1 uur 's nachts als ik Zus aan de lijn krijg, Rinske is geboren, JOEPIE, maar wel flink balen dat we er niet bij zijn. We eten gebak en sturen een kado op voor we verder gaan.
In Dinner Plain een stuk verder, hoger en kouder maken we een wandeling naar een waterval, met al die regen zijn dat goede uitjes. Ook het pad ernaartoe is veranderd in een stroompje. Het volgende stuk van de route gaat over het hoogste punt, Mount Hotham 1800m, hiernog kouder, slechts 7 graden. De wolken waaien over de berg en we krijgen even het noorwegen gevoel. Hele mooie uitzichten alle kanten op.
Om kwart over 6 zijn we bij een camping die tot 6 uur open was, we gaan gewoon staan. Wel nadat we eerst gekeken hebben of we hier kunnen skypen, en dat gaat. Een pizza in het dorp en dan internetten. Voor je het weet is het weer laat maar we hebben ons nichtje gzien. Heerlijk.
Woensdag 10 maart.
De wekker gaat veel te vroeg, nog even skypen en dan er op uit. We dachten een stuk terug te rijden via een andere weg, maar bij de vvv zeggen ze dat de bergen meer naar het noorden nog mooier zijn, dus plannen worden gewijzigd. Op naar mount Buffalo. Ze heeft gelijk het is hier heel rustig en ruig. We camperen midden in het park in een eucalyptusbos (snowgums, weer een andere soort) aan een meertje. Nog een wandeling langs allerlei rotsen, Chalwell galleries heet ie. Erg gaaf maar iets gekker dan we verwacht hadden. Je moet echt klimmen over de rotsen door een spelonk of twee. En we weten zeker dat we goed gingen, er hingen oranje pijlen. De temperatuur daalt hier heel snel, we gaan nog een dik uur op de steiger bij het meer in het zonnetje zitten om nog wat op te warmen en om eendjes te kijken. Eten, nog een kleine wandeling om wombats te spotten, dat lukt niet al zien we genoeg sporen. Nu fijn in de camper (kwart over acht) met een koppie koffie onder de slaapzak met de kleren aan. Brrrrr.
Donderdag 11 maart.
Koud! vanacht wel geslapen maar wat een kou, bah daar zijn we niet voor gekomen. Ik (Marieke) ontbijt met mijn slaapzak om. Peter met zijn twee vesten aan en lange broek. Maar goed we zijn toch heel erg blij want, er liepen net twee wombats vlak bij onze camper een moeder met een kleintje er achter aan. We hadden nog niet zoveel zicht, maar ze maken gelukkig genoeg herrie. Wat een goed begin. Na het ontbijt met de auto naar het einde van de weg, het laatste stukje is onverhard en heel bochtig, maar daar zijn we inmiddels aan gewend. We klimmen naar The Horn, het hoogste punt van mount Buffalo met 360° zicht. Het is heel erg helder dus we hebben spectaculair uitzicht. Onze tweede wandeling gaat naar The Hump en The Cathedral, die liggen op één route. Het zijn makkelijke wandelingen. Maar dat betekent nog flink stijgen en klauteren hier. De kathedraal is een gek ding, een enorm brok graniet midden op de berg. De Hump, ja dat is mooi, we zijn de enigen, zoals vaak hier, en kunnen boven lekker even zitten genieten van het uitzicht. We hebben het inmiddels weer goed warm, het zonnetje schijnt volop. Nummer drie vandaag is een weg naar een oud skioord hier uit 1910, waar we niet erg van onder de indruk zijn. Ziet er veel te goed uit. Dan nog een super waterval, eurobin falls. Er valt genoeg terwijl ie andere jaren vaak droog is volgens een kenner. We gaan het park weer uit en rijden naar een goudzoekers dorpje, Beechworth. We staan op de camping aan het meer waar we een rondje omheen lopen naar het dorp. Al het goud is al gevonden dus wij genieten in het avondzonnetje van de leuke gevels in de hoofdstraat.
Vrijdag 12 maart.
Gefeliciteerd moeders, volgend jaar zijn we er weer bij hoor. Wij vieren het hier met gebak. De dag begint zonnig, we gaan het dorpje in en door een zeer enthousiaste meneer bij het oude ´gerechtshof´ gaan we daar het musuem in. Ned Kelly een soort van Robin Hood van Australie is hier berecht. Nu weten we iets meer van het gezicht dat we overal tegenkomen. Dan rijden we naar de kust. We hebben vanmorgen gehoord dat het bij Jervis Bay erg mooi is en thuis hoorden we dat ook al van mensen dus dat word ons doel. De kust halen we vandaag niet na de langzame start maar dat is geen punt. We overnachten in Yass en gaan morgen verder.
Zaterdag 13 maart.
We zijn voor ons doen erg vroeg uit de veren en om 8 uur zijn we al weer op weg. We willen Jervis Bay echt halen vandaag namelijk en ook nog als het meezit een beetje vroeg aankomen. We hebben dan ook niets gelezen over wat er onderweg te zien is en dus met weinig stops en maar één keer verkeerd gereden in de hoofdstad Canberra, staan we om twee uur voor de poort van nationaal park Booderee. We hebben het idee om in het nationaal park naar een camping te gaan, maar de campings zitten vol krijgen we te horen. Moet dus wel erg leuk zijn daar en we boeken voor morgen en overmorgen bij het infocenter een plekje. Nu nog een plekje voor vandaag dus, de info dame had een tip en daar rijden we dus naartoe. Deze camping blijkt geen plekjes meer met stroom te hebben en geeft als tip een camping een stukje verder aan de weg.
Deze was al snel gevonden en we strijken hier neer. We zijn de enige ´toeristen´, verders zijn er hier alleen maar vaste jaarplek-gasten. De eigenaresse vroeg zich af hoe we de camping gevonden hadden zelfs, maar is erg aardig en vindt het leuk dat we er zijn. Het is een klein stukje lopen naar zee en hier gaan we nog eventjes naartoe. Op de camping springen zo'n 50 vaste kangaroes rond waarvan we er op het stukje naar ons plekje toelopend al een stuk of 20 zien zitten. Ook veel kleine papagaaitjes; de rainbow- en rosella lorikeets.
Zondag 14 maart
En mooi is het, we zijn op de camping. Eerst hebben we op een strand in de buurt ge-boogie-board. Erg fijn, wel een koude zee. Wij zonder surfpakken voelen dat toch wel. We gaan na het middageten naar het strand hier bij de camping. 5 minuten lopen door het bos. Een mooie baai waar je goed kunt snorkelen. Peter gaat dat fijn doen, ik vermaak me goed in de zon. 's avonds maken we nog een wandeling vanaf de camping door moeras en heide en het bos. We rekken het aardig omdat we onderweg van alles zien (muisje, zwarte papagaaien, grote spinnen in enorme webben, mooie bloemen) en maken zo meer dan het voorgeschreven uur vol.
Maandag 15 maart.
Heel erg uitgeslapen om 9 uur ons bed uit om weer naar het surfstrand te gaan.(In het park heb je verschillende stranden dus aan de oceaan kant met golven en aan de kleine baai om te snorkelen.) Het is vandaag veel rustiger dan gisteren en we genieten bijna alleen van de golven. Wat een geweld, je wordt echt meegesleurd. We gaan dan ook als een speer op ons supermarkt boogie-board van 15 dollar, wat hebben we een lol. Tweede uitstapje is is stukje rijden naar wreck-beach een aboriginal dorp. Mooi uitzicht over heel erg groen/blauwe zee. Voor de lunch zijn we de enige op een plek die moes beach heet. Een verzameling rotsen waar de zee enorm tekeer gaat en we gezelschap hebben van twee hagedissen. Nare is dat hier een stuk van Peter zijn kies afbreekt en we dus naar de vvv gaan om te vragen of hier ergens een tandarts is. Morgen kunnen we daar om 9:30 in het buurdorp Vincentia terecht. Het doet gelukkig geen zeer. We gaan nu naar een goed snorkelstrand, bij hole in the wall, helaas erg ondiep en veel wier. Wegwezen naar het strand bij de camping. Daar is weer genoeg te zien.
Dinsdag 16 maart.
Je kan je vakantiedag leuker beginnen dan vroeg eruit zonder koffie, (omdat het gas op is,) naar de tandarts. Maar dat doen we vandaag. De tandarts neemt alle tijd. Het is een hééél groot gat zegt ie en ik mag meekijken, fijn. De verdoving werkt niet fantastisch en als er dan een zenuw geraakt word gaan de tenen wel krullen. Maar als eindelijk het bloeden gestopt is, kan ie toch met een watje erin een vulling maken. Die als het goed is blijft zitten tot Peter thuis een wortelkanaalbehandeling krijgt van zijn eigen tandarts. Verder heeft ie er weinig last van. We rijden vandaag dus maar niet naar Sydney maar gaan fijn nog een daagje hier op de camping.
We beginnen op het favoriete surfstrand. Heerlijk, het is heel rustig en de golven zijn goed. En strakblauwe lucht.We worden er goed in een heel dik uur in het water, allebei!! Na het opdrogen zoet afspoelen, handig klinkt dat niet, maar de douche staat op weg naar de auto en een stuk hoger dan het strand dus vandaar. Met natte bikini achter het stuur naar de camping en vandaar naar het snorkelstrand. Lekker lui, Peter snorkelt er lustig op los en ik lees mijn boek. Tot Oh nee!!, een blue bottle, een gevaarlijke kleine kwal. Sommige gaan er zelfs aan dood.(of moeten er zelfs voor naar het ziekenhuis, austaliërs overdrijven vaak nog al.) Peter komt met een stuk van één op zijn wang het water uit. En die blijkt ook om zijn nek te zitten. Gets, gauw afvegen. Het blijkt dat andere er wat minder last van hebben. Het brand en ziet rood. Nog roder dan de rest van zijn nek. Toch heeft ie er weinig last van. Gelukkig, we zijn vandaag al bij het healthcenter geweest.
We merken nog dat we geen foto's meer van kangaroes maken, ze worden gewoon, gek hè
Woensdag 17 maart.
Via een omweg rijden we naar Sydney, wel mooi onderweg, maar niet echt een succes, wel mooie uitzichten. Ik heb vandaag een aardig watjeshoofd (dat is niet goed). Onderweg stoppen we bij een blowhole en een mooi uitzichtpunt dat zijn dan ook de highlights. De camping vinden we snel en ligt aan de zuidkant van Sydney, Grand Pines heet ie het is aan het strand, als je een erg drukke weg oversteekt. Midden in een woonwijk. Een goede plek om de stad in te gaan met het openbaar vervoer, maar wel een beetje vies. Ze zeggen wel dat er tussen 10:30 en 11:30 schoongemaakt word, maar wij vragen ons af of dat eens in de week of de maand is. We worden hier afgehard.
Donderdag 18 maart.
Sydney in, dat lukt goed we vinden het in één keer. Met onze dagpas voor de bus, trein en ferry. Eerst het victoria gebouw. Een oude arcade waar allemaal chique winkels in zitten. Wat een spektakel met mooie grote hangende klokken en een prachtige mozaiek vloer. Dan moet ik naar de traveldokter, in een ander mooi oud gebouw voor een laatste injectie hepatitus b. We wandelen naar een plek met een glazen winkelcentrum voor zicht op de haven in darling harbour, maar het plaatje uit de boekjes kunnen we niet vinden, met de pont gaan we terug naar de grote werf (bij circulair quai) onder de beroemde harbour bridge door, met zicht op het opera house. Dan de rocks in een andere oude wijk vlak onder en bij de brug. Pakhuizen en een boel authentieke pandjes, erg leuk. Vooral omdat ze er een geweldige taarten zaak hadden. (Manon en Irma als jullie dit zouden proeven kan het namaken beginnen, misschien lukt het van de foto? de looks zijn al goed hè!) Met een goed gevulde maag de harbour bridge in, in één van de pilaren kan je omhoog voor een groots uitzicht over de haven. We zijn er gelukkig net voor sluitingstijd. Na de afdaling een biertje in een kroeg waar Peter 13,5 jaar geleden is geweest. Dat weet ie dan zo te vinden, mooie lichtgroene tegels langs de hele onderkant van het gebouw, buiten en binnen. En niet onbelangrijk goed bier. Dan tijdens het gouden uurtje gaan we met de pont naar Manly beach 25 minuten varen. Daar wandelen we naar het strand waar het vol is met fitte mensen. In het water en op de kant. Surfen, hardlopen, beach-volley. Wij kijken ne na het eten varen we terug langs een lichtjesskyline. Erg mooi en romantisch. De stad is 's avond swat verlaten, in elk geval het stukje waar wij nog lopen. Om tien uur zijn we terug op de camping en vinden we dat we sydney genoeg gezien hebben voor één vakantie. Een fijne stad,en dat zeggen we niet zo snel, dat echte stadsgevoel missen we soms een beetje. Nog wel twee t-shirts gekocht (het zal jullie verbazen niet voor Peter maar voor mij).
Donderdag 19 maart.
De stad uit rijden doen we net op tijd, er is vlak na ons een rotte, enorme boom over de weg op een bus met mensen gevallen. Dit horen we ergens een heel eind later op een luchplek aan een meer. De stad is chaos. Wat een geluk dat we er al uit waren en er echt niets van hebben gemerkt. De weg is weinig interressant, gewoon de snleweg, de bestemming is goed. Myall lakes np. Nog een tip van thuis (bedankt David). We zitten nu op de camping aan zee bij Seal Rocks, voor twee nachten. We zagen al weer een hoop surfplanken voorbij gaan dus wie weet gaan we morgen.
-
19 Maart 2010 - 12:26
Je Vader:
Alweer zo,n leuk verslag.
Geweldig dat skypen.
Spreek jullie snel weer.
Klaas, Jacq en de rest. -
19 Maart 2010 - 12:31
Je Vader:
Niets te veel gezegd. Super foto,s. Doei
Klaas, jacq en de rest -
19 Maart 2010 - 20:52
Margo Barendse:
ha die mariek en peter, nou schrijven kunnen jullie wel, wij zijn ook lekker veel weggeweest, vandaar de wat late reactie op jullie verslag, geniet er lekker van, dikke kus margo
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley